1. Wie moet deze taks betalen?

Enkel natuurlijke personen moeten de taks op effectenrekeningen betalen en ze moeten die taks enkel betalen als ze 500.000 euro of meer aan effecten bezitten. Het is de titularis van een effectenrekening, die betaalt voor zijn aandeel in de effecten. De wetgever gaat er bij de inning van de taks van uit dat verschillende titularissen van eenzelfde rekening even grote delen bezitten. Als het aandeel van een titularis in het geheel kleiner is, dan moet hij of zij de te veel betaalde belastingen achteraf terugvragen aan de belastingen.

Als op een effectenrekening vruchtgebruik wordt ingehouden, dan wordt de vruchtgebruiker beschouwd als de enige titularis, ongeacht of de rekening op naam staat van de naakte eigenaar, de vruchtgebruiker of beiden.

Inwoners van België moeten betalen op binnen- en buitenlandse effectenrekeningen. Niet-inwoners met een effectenrekening bij een Belgische financiële tussenpersoon moeten eveneens de taks betalen.

2. Welke effecten tellen mee, en welke niet?

Beursgenoteerde aandelen tellen mee. Niet-beursgenoteerde aandelen ontsnappen aan de taks op effectenrekeningen. Voor fondsen doet het er niet toe of ze beursgenoteerd zijn of niet. Fondsen vallen sowieso in de groep van effecten waarop u de taks moet betalen, tenzij het gaat om pensioenspaarfondsen of om fondsen die in een jasje van een tak23-levensverzekering gestoken zijn.

Ook voor obligaties maakt het niet uit of ze beursgenoteerd zijn of niet. Kasbons zijn onderworpen aan de taks, termijnrekeningen niet. Nochtans zijn kasbons en termijnrekeningen zeer vergelijkbare producten. Er is ook een onderscheid tussen warrants, die wel onderworpen zijn aan de taks, en opties, die niet onderworpen zijn. Beide zijn rechten om gedurende een bepaalde looptijd een actief te kunnen kopen (call) of verkopen (put) tegen een vooraf bepaalde prijs.

3. Zijn effecten op naam onderworpen aan de taks?

Er wordt enkel rekening gehouden met belastbare financiële instrumenten die op de effectenrekeningen staan. Aandelen op naam van zowel beursgenoteerde als niet-beursgenoteerde bedrijven vallen buiten de toepassing van de nieuwe belasting. De aandelen op naam worden bijgehouden in een register bij het bedrijf. Ook deelbewijzen van fondsen zoals de Luxemburgse SICAV-SIF, die niet op een effectenrekening staan, maar in een soortgelijk register als bij de aandelen op naam, zijn niet onderworpen aan de taks.

4. Hoeveel taks moeten beleggers betalen?

Het tarief bedraagt 0,15 procent op de volledige waarde van alle effecten, die onderworpen zijn aan de taks op de effectenrekeningen (zie bovenstaande vraag).

5. Wanneer wordt de taks ingevoerd?

Op 1 januari 2018.

6. Hoe wordt de taks berekend?

De referentieperiode loopt telkens van 1 oktober tot 30 september van het volgende jaar. De gemiddelde waarde van de effecten wordt bepaald aan de hand van de waarde op de laatste dag van elke driemaandelijkse periode, op basis van de laatste slotkoers van het financiële instrument of de laatste publiek beschikbare netto-inventariswaarde voor fondsen.

Voor 2018 zal er voor een keer een gemiddelde waarde berekend worden op basis van 1 januari, eind maart, eind juni en eind september. Bij een opening, sluiting of wijziging van de titularis van de effectenrekening wordt de dag van de verandering een meetpunt. Bij een gelijktijdige verhuizing van de effectenrekening én de titularis naar het buitenland, wordt de taks ingehouden in verhouding tot het aantal dagen van het jaar dat al verstreken is.

7. Wat moeten beleggers zelf doen?

In principe zullen de Belgische banken op 1 oktober een bevrijdende taks op effectenrekeningen inhouden, de aangifte doen en het geld doorstorten naar de schatkist. Ze zullen voor de fiscus een overzicht maken van de bedragen op de effectenrekeningen en de taks die is ingehouden.

Belgische beleggers met een effectenrekening in het buitenland zullen zelf een aangifte moeten doen en de taks betalen, ten laatste op de twintigste dag van de derde maand na het einde van de referentieperiode, tenzij ze kunnen bewijzen dat de buitenlandse tussenpersoon de taks al heeft ingehouden, aangegeven en betaald.

8. Wat als beleggers meerdere effectenrekeningen hebben?

Als een titularis meerdere effectenrekeningen heeft en vermoedt dat hij of zij boven de grens van 500.000 euro komt, dan moet hij een verklaring tot inhouding doen. Hij of zij geeft op die manier toestemming aan zijn tussenpersoon om de taks in te houden.

9. Welke boetes riskeren vergeetachtige beleggers?

Niet-aangifte, laattijdige, onnauwkeurige of onvolledige aangifte of laattijdige betaling kunnen bestraft worden met een boete van 10 tot 200 procent, naargelang de ernst van de overtreding. Enkel wanneer er geen kwade trouw was, kan de wetgever de boete laten vallen.

10. Wat als beleggers te veel taks hebben betaald?

Wanneer er meerdere titularissen voor een effectenrekening zijn, dan kan het best zijn dat u in werkelijkheid een kleiner aandeel heeft in het totaal van alle effecten op de rekening dan u werd toegedicht. De belegger moet dan een 'aanvraag tot teruggaaf' zenden naar het kantoor waar de aangifte in de taks op de effectenrekening werd ingediend.

De titularis moet dan wel komen met bewijsstukken die zijn wettelijke aandeel in het geheel bewijzen. Er moet nog een koninklijk besluit komen om het model van de aanvraag te bepalen. De terugbetaling moet gevraagd worden binnen de twee jaar nadat de taks is ingehouden.