Eerder deze week werd in de Kamer het wetsontwerp rond de mobiliteitsvergoeding ingediend. Die is beter gekend als de 'cash for car'-regeling, waarbij werknemers hun bedrijfswagen kunnen inruilen voor een extra bedrag in cash. Het mobiliteitsbudget gaat nog een stuk verder en biedt meer flexibiliteit.

Daarbij stelt de werkgever medewerkers een budget ter beschikking om hun verplaatsing naar het werk te bekostigen. Werknemers krijgen zelf de keuzevrijheid en de financiële middelen om te beslissen met welke vervoersmiddelen ze naar het werk pendelen. Rond het mobiliteitsbudget bestaat nog geen concrete wetgeving.

Het goede nieuws is dat iets meer dan de helft van de pendelaars (51,8 procent) geïnteresseerd is in een mobiliteitsbudget. Bij de werknemers zonder bedrijfswagen is de animo weliswaar groter: 56,9 procent tegenover 26,7 procent bij wie vandaag al een bedrijfswagen heeft. Bovendien is maar 5 procent bereid zijn of haar bedrijfswagen volledig op te geven in ruil voor een of meerdere andere vervoersmiddelen.

61 procent zou kiezen voor dezelfde bedrijfswagen, 20 procent zou een kleiner model nemen zodat er nog budget overblijft voor andere vervoersmiddelen. 9 procent zou zelfs overwegen om een bedrijfswagen van een hogere categorie te kiezen en daarvoor bereid zijn om andere voordelen op te geven.

Voor het 'cash for car'-principe is er bij de werknemers met een bedrijfswagen zo mogelijk nog minder enthousiasme. Slechts 16 procent heeft interesse. Van diegenen die hun bedrijfwagen wel willen inruilen, zou 46 procent het woon-werktraject met de eigen auto afleggen. 42 procent zou de fiets nemen, en 29 procent het openbaar vervoer. 20 procent zou opteren voor een combinatie van vervoersmiddelen.