We lenen vooral voor grote aankopen, zoals een woning of een auto. De Belg sluit gemiddeld op zijn 29ste voor het eerst een woonlening af. Hoe hoger het inkomen, hoe meer kans dat iemand een hypothecaire lening heeft: 71 procent van de ondervraagden met een hoger inkomen geeft aan een woonlening te hebben lopen of er ooit een gehad te hebben. Bij de lagere inkomens is dat maar 28 procent.

Maar soms lenen we ook voor kleinere dingen, al ziet niet iedereen dat dan als een lening. Zo is voor 63 procent van de ondervraagden een 'goedkopere' gsm met een vast abonnement geen kredietvorm. Hetzelfde geldt voor het gebruik van de kredietkaart aangeboden door supermarkten: 68 procent van de respondenten gaf aan dat ze dat niet als lenen beschouwen. Daarnaast ziet 60 procent een kredietkaart afgesloten bij de bank eveneens niet als een lening.

Als er niet meer voldoende geld op de zicht- en spaarrekening staat, zegt 15 procent van de ondervraagde Belgen een kredietkaart te gebruiken. Acht procent gebruikt die 'reserve' om voeding mee te kopen. Bij de lagere inkomens stijgt dat aantal tot 12 procent.