Er zijn drie types van loonsverhoging: de indexering van de lonen, de algemeen afgesproken loonsverhoging op sector- of ondernemingsniveau en de andere loonsverhogingen. Deze laatste vorm van loonsverhogingen wordt ook wel eens de 'loondrift' genoemd.

Voor de loondrift bij individuele werknemers, waarbij het loon stijgt buiten index en algemene koopkrachtverhogingen, kunnen er verschillende aanleidingen zijn: de werknemer ontvangt een loonsverhoging ingevolge anciënniteit of ingevolge de goede resultaten van de onderneming of zijn functie wordt breder wat aanleiding geeft tot een loonsverhoging of hij promoveert naar een nieuwe functie waaraan een hoger loon verbonden is.

Acerta analyseerde de loongegevens van een staal van 24.000 bedienden uit het aanvullend paritair comité voor bedienden (PC200). In de periode tussen januari en augustus 2018 vond in dit paritair comité geen indexering of sectorverhoging plaats. Traditioneel vindt de indexering in dat comité op 1 januari plaats. Voor 80 procent van de onderzochte bedienden bedroeg de loondrift maximaal 1 procent van hun loon in deze 6 maanden.

Het gemiddelde bedrag van de loonsverhogingen als gevolg van loondrift komt voor deze populatie neer op 22,6 euro. Dertien procent van de bedienden kreeg een hogere loonstijging, van gemiddeld 142 euro tot 623 euro, ten gevolge van promotie of verbreding van de functie.

In het Brussels hoofdstedelijk Gewest is het percentage van bedienden die geen loonsverhoging kregen het laagste en het percentage van bedienden met de hoogste loonsverhoging het hoogste.

De cijfers over loonsverhoging zijn volgens Acerta niet erg motiverend voor werknemers met veel jaren anciënniteit. Van hen zijn er het meest die geen verhoging kregen en het minst die hun loon sneller dan gemiddeld zagen stijgen. 'Hier liggen zeker nog opportuniteiten voor de werkgevers', zegt Dirk Wijns van Acerta. 'Het lijkt er alleszins op dat zij promoties en groei in de functie eerder reserveren voor mensen met minder anciënniteit. Het is op zich niet verkeerd dat die kansen krijgen, maar het is fout te denken dat werknemers met een grotere anciënniteit niet ook kunnen blijven groeien in hun functie of naar een nieuwe functie.'